Techniek en ontwikkeling

|
Beïnvloed door omgeving temidden van de natuur, waar weilanden met dieren en bloemen, het meer met de luchten, stromende beekjes, de bossen en de heide belangrijke inspiratiebronnen waren. Dit is altijd zo gebleven. Opleidingen in tekenen, schilderen en handenarbeid aan academies hielpen om vorm en kleur te geven aan deze inspiratiebronnen. Eerst was het directe waarnemen belangrijk. Weergeven wat je ziet, zo exact mogelijk met potlood, houtskool, aquarel, gouache en acryl. Later kwam het gevoel erbij en werden kleuren die de kunstenares zag, omgezet in wat zij voelde. Zo werden op een warme dag de kleuren warm. Spelen werd steeds belangrijker; ze wilde het schilderij tot leven brengen. Daarom zocht ze naar tegenstellingen en zette ze deze om in complementaire kleuren, contrasten maar ook harmonie. Nu komt het schilderij intuïtief tot stand. Is de eerste opzet geslaagd, dan begint de fase van het "spelen", waarbij ze van alles wat ze in haar omgeving aantreft gebruikt. Zolang speelt en schaaft ze tot het resultaat een innerlijk gevoel van tevredenheid geeft en het iets is geworden dat past in deze tijd. Daarna
mag de toeschouwer aan het werk!
|
![]() "Landschap" (1990, acryl) |
|
|
|
![]() "De optocht" (1998, gouache) |
|
![]() "Voorjaarslandschap" (1999, olieverf) |
||
| |
|